Over de campagne »
Achtergronden »
Activiteiten »
Statements »
Verhalen »
Lokale initiatieven »
Bronnen »
Links »
Aftellen tot het pardon    
 
Verhalen
David
David is sinds 1998 in Nederland. Hij is zijn land ontvlucht omdat hij en zijn familie gediscrimineerd werden vanwege zijn religie. David zijn religie is namelijk het Mandaai, in Nederland ook wel bekend als het Baptisten –geloof. Daarnaast heeft hij een Joodse naam en is hij van Joodse afkomst. David is alleen naar Nederland gekomen, zijn familie verblijft in een ander land. Hij mist zijn familie erg.
Lees meer
Djamila
De echtgenoot van Djamila was eind jaren ’80, tijdens het militaire regime van Algerije, lid van het FIS (Front Islamique), een oppositiepartij. Na de revolutie werden in 1988 eindelijk politieke partijen toegestaan. Volgens Djamila’s man was het FIS destijds een progressieve partij. Tijdens gemeenteraadsverkiezingen begin jaren negentig behaalden ze de meeste stemmen.
Lees meer
     
Fahim
Geachte heer/mevrouw,
Ik ben Fahim en afkomstig uit Afghanistan. In april 2000 ben ik Nederland binnen gekomen. Ik woon bijna 6 jaar in Nederland. Toen ik naar Nederland kwam wist ik niet dat mijn ouders hier ook waren. Via het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk Nederland vond ik mijn oom in Nederland en het was heel onverwacht dat ik van mijn oom hoorde dat mijn ouders ook hier in Nederland waren.
Lees verder
  Ludmilla
De situatie van Ludmilla afkomstig uit de Russische Federatie. In 1999 werd haar vijfjarige dochtertje ernstig ziek: leukemie. In Vladikavkaz kon deze ziekte niet behandeld worden en dus reisde mevrouw naar Moskou.
Lees meer
     
Mohammad 
Onderstaande brief werd door Mohammad opgesteld in het Farsi en vertaald door een Nederlandse hulpverlener.

Open brief aan de bevolking van Nederland
Wij wonen in een land van democratie, een land dat voorvechter is van het waarborgen van de rechten van de mens. Gezien dit feit moeten we tenminste de gelegenheid hebben om onze rech­ten te kunnen verdedigen.
Lees verder
  Reza
Hoofdpersoon Reza komt uit het Noorden van Iran, uit een grote stad (de tweede van heel Iran), die bevolkt wordt door wat hij noemt etnisch Turken, die van oorsprong Moslim zijn. Saillant detail, ook in relatie tot het verhaal van de opera waar hij een aria van zingt, is dat de vrouw van de laatste Sjah uit zijn stad kwam.
Lees verder
     
Zahra
Zahra is op haar 16e in 1999 met haar moeder en broer uit Iran naar Nederland gevlucht. De vader van Zahra is hier dan al. Inmiddels is Zahra 22, ze heeft nog geen verblijfsvergunning. Omdat de vader van Zahra wel een verblijfsvergunning heeft zijn ze bezig met een procedure voor gezinshereniging.
Lees verder
  Vera
Vera, geboren in de Oekraïne, is 67 jaar, en van joodse afkomst. Ze heeft 2 dochters waarmee geen contact meer is, waarschijnlijk verblijven ze in Rusland. Verder heeft zij geen familie in Nederland noch in de Oekraïne.
Lees verder

David
David is sinds 1998 in Nederland. Hij is zijn land ontvlucht omdat hij en zijn familie gediscrimineerd werden vanwege zijn religie. David zijn religie is namelijk het Mandaai, in Nederland ook wel bekend als het Baptisten –geloof. Daarnaast heeft hij een Joodse naam en is hij van Joodse afkomst. David is alleen naar Nederland gekomen, zijn familie verblijft in een ander land. Hij mist zijn familie erg.

In Iran krijgen mensen die het Mandaai –geloof aanhangen niet dezelfde rechten en kansen, omdat zij als onrein worden gezien. David en zijn familie zijn beledigd en uitgelachen. Ze zijn gedwongen te bidden op de moslim –manier. Hun Mandi (soort kerk) is in beslag genomen door de Sepah Pasdaran. De Sepah is een leger, anders dan het reguliere leger maar het wordt wel erkend door Iran.

David ‘s oom is geslagen door de Sepah de dag voor hij zijn dochter wilde laten trouwen. De Sepah hebben vervolgens David ’s nichtje meegenomen. Een aantal jaren later zag hij haar: zij was moslim geworden en had twee kinderen. Het gebeurde vaker dat meisjes die het Mandaai –geloof aanhingen werden meegenomen en dat er van hen moslim meisjes gemaakt werden.

David wilde graag studeren, maar dat mocht niet. In ’98 werd hij opgeroepen voor de dienstplicht. Niet lang na de oproep is David zijn land ontvlucht, zonder zijn familie. David wacht zijn 14-1 brief af. In Nederland heeft hij een ICT –opleiding gevolgd en het start –diploma al gehaald. David houdt erg van taal: hij schrijft graag verhalen en gedichten. Zijn diploma Nederlands als tweede taal heeft hij ook al behaald. naar boven


Djamila.
De echtgenoot van Djamila was eind jaren ’80, tijdens het militaire regime van Algerije, lid van het FIS (Front Islamique), een oppositiepartij. Na de revolutie werden in 1988 eindelijk politieke partijen toegestaan. Volgens Djamila’s man was het FIS destijds een progressieve partij. Tijdens gemeenteraadsverkiezingen begin jaren negentig behaalden ze de meeste stemmen. “Bij de parlementsverkiezingen van 1992 kreeg het FIS zelfs 80 % van de stemmen. Vervolgens heeft de regering de verkiezingen ongeldig verklaard en de aanhangers van ‘t FIS als terroristen bestempeld. De militairen grepen de macht en vervolgden de aanhangers van het FIS. Deze werden opgepakt en vermoord of naar gevangenenkampen in de bergen of de Sahara gebracht. Dit was het begin van de oorlog. De militairen zaaiden haat en verdriet en veel aanhangers van het FIS vluchtten de bergen in voor hun guerrillastrijd”, vertelt de echtgenoot van Djamila.

Daarna leefde Djamila’s echtgenoot jarenlang ondergedoken. Hij sliep steeds op verschillende plaatsen, ver weg van zijn familie. Hij zat tussen twee vuren, want hij was tegen geweld maar kon alleen maar kiezen tussen geweld of geweld. Gedwongen om een keuze te maken voor de militairen of de Islamieten. Daarom besloten hij en Djamila om te vluchten.

Toen het gezin in Nederland asiel aanvroeg was de reactie van de IND: Je kunt naar een ander deel van Algerije terug. En: jullie hebben een paspoort, dus zo gevaarlijk kan het niet zijn. Asiel hebben ze niet gekregen, nu zijn ze gedwongen om terug te keren.

Djamila: “Vorige week moesten we ons melden bij de Algerijnse ambassade. Gelukkig was de consul niet aanwezig. Want eigenlijk willen we helemaal niet terug via de IND. We hebben ons uit nood aangemeld bij IOM (organisatie voor vrijwillige terugkeer) want dan krijgen we in ieder geval nog wat geld mee (ongeveer 7000 euro) zodat we naar onderdak kunnen zoeken. Wij durven niet meer terug, maar we hebben geen keuze meer. We moeten wel, maar we zijn doodsbang. De broer van mijn man zit al sinds ’96 gevangen in Algerije. Nu pas kunnen we ons verhaal vertellen, maar de eerste paar keer beantwoordde ik de vragen van de IND met Ja of Nee.”

Schrijnendheid
Het gezin heeft nog een procedure lopen. Hun laatste hoop. Ze hebben minister Verdonk een brief gestuurd wegens ‘schrijnendheid’. “Ruim duizend Nederlandse kennissen van ons hebben hiervoor hun handtekening gezet. Op de brief hebben we om onduidelijke redenen een negatief antwoord gekregen. Maar we hebben bezwaar aangetekend. Volgens de rechter moet Verdonk duidelijker zijn waarom we niet schrijnend genoeg zijn. Bovendien heeft de Raad van State erkend dat dit verzoek aan de minister, om ons geval individueel te beoordelen, ook een procedure is. Toch moeten we weg. Maar we willen niet weg. We zijn bang voor wat er met ons zal gebeuren als we teruggaan naar Algerije. En vooral voor onze kinderen willen we in Nederland blijven. We hebben op dit moment het gevoel dat we in een dichtte mist leven, omdat we niet weten wat er verder gaat gebeuren. We hebben geen toekomst. Iedere week als we moeten stempelen bij de vreemdelingenpolitie zijn we bang om uitgezet te worden. In Nederland bestaat vrijheid en democratie alleen op papier. Wij hebben geen rechten.

Onze kinderen hebben soms nachtmerries over Verdonk. Mijn oudste dochter heeft psychische hulp nodig door alle stress. Ze wil graag journalist worden, maar wel in Nederland. Mijn jongste dochter heeft heel vaak last van migraine en eet heel slecht, ze is heel gevoelig. We willen rust en hier een leven opbouwen. We vechten vooral voor onze kinderen. We willen hun zo graag een leven zonder oorlog en een goede toekomst geven” naar boven



Fahim
Geachte heer/mevrouw,

Ik ben Fahim en afkomstig uit Afghanistan. In april 2000 ben ik Nederland binnen gekomen. Ik woon bijna 6 jaar in Nederland. Toen ik naar Nederland kwam wist ik niet dat mijn ouders hier ook waren. Via het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk Nederland vond ik mijn oom in Nederland en het was heel onverwacht dat ik van mijn oom hoorde dat mijn ouders ook hier in Nederland waren. Eerste kon ik het niet geloven, maar uiteindelijk zag ik mijn ouders terug, na twee jaar. We waren blij, in tranen, het was heel emotioneel om elkaar weer te zien. Iedereen was bijna hetzelfde, behalve mijn moeder. Door haar ziekte was ze heel erg veranderd. Toch was het heel mooi om na zo’n lange tijd weer bij elkaar te zijn. Eind oktober 2000 kreeg ik een VVTV status. Na lang wachten kon ik beginnen met het leren van de Nederlandse taal. Na acht maanden begon ik met een Mbo-opleiding, namelijk MBO-SD (Sociale Dienstverlening). In maart 2005 studeerde ik af. Op dit moment volg ik de opleiding SJM (Sociaal Juridisch Medewerker), wanneer ik hiervoor slaag wil ik daarna HBO Recht studeren.
Ik was blij en dacht eindelijk een normaal leven te kunnen leiden. Eindelijk kunnen we rustig leven, studeren, enz. Ik begon te dromen over mijn toekomst in Nederland. Maar ik was net niet lang genoeg in Nederland geweest toen de wetgeving werd veranderd. Ik moest weer verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd aanvragen. Na een tijd heb ik van IND negatief gekregen met de mededeling dat ik terug moet naar mijn land Afghanistan.

De redenen waarom ik in Nederland moet blijven:
Al jaren ben ik op de vlucht, mijn leven daar was een chaos. Eindelijk heb ik mijn leven nu op orde. Ik ben gelukkig met mijn leven, maar in mijn hoofd is het een chaos. Het idee dat ik iedere minuut in onzekerheid leef is ondraaglijk. In Nederland heb ik alles. Ik heb mijn familie, vrienden, mijn studie en mijn moeder waar ik heel veel van houd terug gevonden. Het leven zonder haar is geen leven. Ik heb voor Nederland gekozen omdat ik dacht dat hier mensenrechten zijn. Hier worden mensen behandeld als een mens, hier heb je ‘ rechten en plichten’.  Nederland is het symbool voor het naleven van de Mensenrechten.

Ik woon nu ruim vijf jaar met mijn ouders. Zoals verteld hebben we elkaar hier terug gevonden. Ik ben de tweede zoon van dit gezin. Mijn oudste broer is de deur uit. Mijn moeder is ziek sinds 2000 ziek. Ze heeft hoofdpijnklachten, een goedaardig gezwel links bij de kleine hersenen is hier de oorzaak van. In juni 2000 volgde de eerste operatie. In verband met het opnieuw groeien van het gezwel volgde er een tweede operatie in 2001. Als gevolg hiervan is er een beschadiging ontstaan met een lichte verlamming in de linker lichaamshelft, slikstoornissen en een naar links wegtrekkend gezicht. Ook het gehoor aan de linkerkant is verdwenen. Op dit ogenblik zijn er nog altijd duizeligheidklachten, hoofdpijnklachten, deels samenhangend met wat zich in het verleden heeft afgespeeld.

Ik ben heel verantwoordelijk voor mijn gezin, vooral voor mijn moeder. Ik ben degene dat alles voor haar moet regelen, zoals het tolken en haar naar de dokter en het ziekenhuis brengen. Ook omdat ik een rijbewijs heb.
Mijn hele familie (vader, moeder, zus en twee broers) heeft tijdje geleden de Nederlandse nationaliteit gekregen. Ik ben de enige die volgens de IND dit land moet verlaten. Na twee jaar vond ik mijn familie terug maar nu worden we weer van elkaar gescheiden. Ik wil graag naast mijn familie staan, ik wil mijn moeder graag helpen en bijstaan maar zoals het er nu voorstaat, mag ik dat jammer genoeg niet. En deze beslissing neemt iemand anders. Mijn moeder heeft mij op dit moment heel erg nodig en ik haar ook. Haar gezondheidssituatie is zodanig dat er op elk moment iets verschrikkelijks met haar kan gebeuren.

Daarom wil ik een aanvraag voor een verblijfsvergunning indienen.

Fahimnaar boven


Ludmilla.
De situatie van Ludmilla afkomstig uit de Russische Federatie. In 1999 werd haar vijfjarige dochtertje ernstig ziek: leukemie. In Vladikavkaz kon deze ziekte niet behandeld worden en dus reisde mevrouw naar Moskou. In het ziekenhuis van Moskou wilden ze haar dochter echter niet helpen. Er werd om veel geld en een verblijfsvergunning van Moskou gevraagd.

Omdat haar kind steeds zieker werd reisde zij met haar dochtertje naar Nederland waar zij gelijk in behandeling werd genomen in het VU ziekenhuis te Amsterdam. Ludmilla heeft toen een paar weken in het Ronald Mc Donaldshuis gewoond.

Haar werd verteld dat zij asiel moest aanvragen omdat de behandeling van haar dochter bekostigd moest worden. Dit heeft zij gedaan. Hierop werden ze in een asielzoekerscentrum in Almere geplaatst. Haar dochter gaat in Amsterdam op school. Zij is nu 11 jaar en genezen van de leukemie. Er bestaat echter een kans op recidief leukemie en haar dochter moet in ieder geval nog een jaar onder intensieve controle blijven. In Vladikavkaz is geen behandeling mogelijk voor kinderen met deze vorm van leukemie. Ludmilla is heel erg bang haar dochter te verliezen en zou graag de behandeling van haar dochter in Nederland voltooien.

Het ASKV ondersteunt haar verzoek en heeft, na overleg met een advocaat, een verzoek ingediend voor een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Hierop is een eerste afwijzing gekomen. De advocaat heeft hiertegen een bezwaar geschreven.

Een half jaar geleden is mevrouw met haar dochter op straat gezet en bij het ASKV gekomen voor hulp. Gelukkig is het ons gelukt huisvesting en leefgeld voor hen te vinden. naar boven


Mohammad.
Onderstaande brief werd door Mohammad opgesteld in het Farsi en vertaald door een Nederlandse hulpverlener.

Open brief aan de bevolking van Nederland

Wij wonen in een land van democratie, een land dat voorvechter is van het waarborgen van de rechten van de mens. Gezien dit feit moeten we tenminste de gelegenheid hebben om onze rech­ten te kunnen verdedigen.

Wij zijn helaas het slachtoffer geworden van de politieke, maatschappe­lijke en economische praktijken van de Nederlandse regering en de IND, alleen omdat wij politieke vluchtelingen zijn. Wij doen een beroep op de Nederlandse bevolking om ons te beschermen en niet in de steek te laten en op te komen voor de mensenrechten van ons vluchtelingen die kilometers verwijderd zijn van ons land, volk en familie. Ik als politiek mens en mens dat zich inzet voor de vrij­heid en bevrijding van gevangenen en onderdrukte mensen zie geen andere weg open dan te kiezen voor de hongerstaking om de oprechtheid van mijn woorden te bewijzen. Want langs deze weg bewijs ik dat mijn verhaal absoluut waar is. Als terugsturen of uitzetten uw voornemen is dan gaat mijn voorkeur ernaar uit om hier in dit land door mijn eigen toedoen te overlijden zonder de­tentie en martelingen mee te hoeven maken.

Sinds meer dan veertig dagen ben ik begonnen met de hongerstaking en ik neem nog alleen vocht tot me. Li­chamelijk ben ik sterk afgezwakt en ik heb het erg moeilijk. Hoofdpijn en slapeloosheid maken het nog onhoudbaarder.

Daarom vragen we de autoriteiten en justitie ons dossier te hero­verwegen. Dit om vast te stellen of wij ook als mens recht hebben om in leven te blijven. Als het antwoord op deze vraag nee zou zijn, dan is ons verzoek: Laat ons zoals wij nu zijn. Het regime van de Islamitische Republiek staat het zelfs niet toe dat politiek verzet een eerlijk proces krijgt en zichzelf mag verdedigen. Mensen worden bij verstek veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf of de doodstraf.

Ik vraag me af hoe anders het zou zijn om een langzame dood te sterven. De IND heeft Iran tot veilig land verklaard en meent dat, zelfs als Iran niet veilig zou zijn, wij niet hoeven te vrezen voor gevaar. Was het niet een week geleden dat ze twee jongens van respectievelijk 16 -en 18 -ja­rige (leeftijd) in het openbaar hebben laten ophangen? Hun misdrijf zou homofilie zijn geweest. Ze noemen het een vonnis op basis van de Sharia en zo rechtvaardigen ze hun daad. Hoe zou het kunnen dat zo een land waar zelfs geen genade is voor zogenaamde maatschappelijke delicten, wij als politiek verzet met rust worden gelaten? Was het maar zo, dan had ik hier niets te zoeken. Ik vraag u om waarde te hechten aan onze zaak en ons het recht te geven om te mogen leven en een leven te leiden zonder ons voortdurend zorgen te moeten maken en te moeten vrezen voor de toe komst. Ontneem ons dit recht niet. Ik heb zelf er­voor gekozen om dood te gaan. Gedurende de afgelopen vijf jaar die ik heb doorgebracht in ver­schillende AZC’s heb ik nooit kunnen genieten van het leven dat ik leidde, met voortdurende spanning en onze­kerheid over de toekomst. Ik heb wel een plaats gehad om te wonen plus veertig euro zak- en eetgeld per week. Ik wil mijn dank uitspreken voor deze faciliteiten maar de vraag is of dit voldoende kan zijn in het leven en hoe de toekomst er uit gaat zien. Hoe is het gesteld met de veiligheid?
En waar blijft het sociale leven ? Denkt u dat ik, of mensen zoals ik, ooit weer positief kunnen den­ken over dit leven ? Kunnen we ooit weer hoopvol door het leven gaan ?

De vraag is wie er voor zou kiezen om zo’n leven te leiden. Ik zoek alleen maar veiligheid en niets anders. Ik hoop dat de dag ooit zal komen dat het nergens ter wereld onveilig is. En dat niemand vanwege zijn mening, ideologie en/of politieke activiteiten hoeft te vrezen voor detentie of executie. En ik prijs de dag waarop gezinnen van deze mensen niet meer het slachtoffer worden van onmenselijke handelingen. Tenslotte hoop ik dat er ooit geen verschil meer zal zijn in de behandeling van mensen en dat ze allemaal dezelfde rechten hebben. Onafhankelijk van waar ze vandaan komen of welke achtergrond ze hebben. Dat alle mensen leven in rust en vrede met en naast hun gezinnen en in hun eigen land.

Mohammadnaar boven


Reza
Hoofdpersoon Reza komt uit het Noorden van Iran, uit een grote stad (de tweede van heel Iran), die bevolkt wordt door wat hij noemt etnisch Turken, die van oorsprong Moslim zijn. Saillant detail, ook in relatie tot het verhaal van de opera waar hij een aria van zingt, is dat de vrouw van de laatste Sjah uit zijn stad kwam. De Sjah heeft, door met haar te trouwen, de etnische tegenstellingen binnen Iran helpen bezweren.
Reza is nu 32 jaar oud, hij was 6 toen de Islamitische Revolutie uitbrak. Hij is dus in de Ayatolla-tijd opgegroeid. Zelf is hij niet langer praktiserend Moslim, hij heeft zich in zijn studietijd bij de linkse oppositie aangesloten. Na zijn studie wiskunde is hij als leraar gaan werken.

Vanaf zijn 12e heeft hij gezongen, gestimuleerd door zijn moeder, die ook zong. Het ging toen om traditionele muziek. Zijn moeder is aan kanker overleden toen hij 17 was. Die gebeurtenis heeft veel indruk op hem gemaakt. Eén van haar broers heeft hem, toen hij 20 jaar oud was, aangespoord om zich in westerse muziek te gaan verdiepen, omdat zijn stem daar geschikt voor leek. Zijn wens om zang te gaan studeren kon niet in vervulling gaan. De studie die hij dan in Teheran had moeten volgen was onbetaalbaar.

Onderwijl liepen de politieke spanningen in zijn leven op: hij heeft ervaren dat hij in het huidige Iran niet het leven kan leiden zoals hij dat zou willen: westerse muziek ligt niet echt goed, bovendien kwam hij door zijn politieke vrienden steeds meer in beeld bij de veiligheidsdienst. Omdat zijn appartement in 2000 werd doorzocht, besloot hij te vluchten.

De advocaat van Reza liet weten dat: De essentie van het asielverzoek betrof met name de vrees van cliënt te worden vervolgd omdat hij zich sedert 1989 heeft ingezet voor de Azerische cultuur in Iran o.a. via een verboden culturele vereniging die weer banden onderhield met de in Iran verboden Tudeh partij. Er heeft in 2000 een inval in zijn woning plaatsgevonden, waarbij bij Iraanse wet cq decreet verboden materialen (o.a vertalingen in het azeri van de Duivelsverzen) zijn ingenomen. Vervolgens is cliënt gevlucht. naar boven


Zahra
Zahra is op haar 16e in 1999 met haar moeder en broer uit Iran naar Nederland gevlucht. De vader van Zahra is hier dan al. Inmiddels is Zahra 22, ze heeft nog geen verblijfsvergunning. Omdat de vader van Zahra wel een verblijfsvergunning heeft zijn ze bezig met een procedure voor gezinshereniging.

Op dit moment zit Zahra in het eerste jaar van de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Ze studeert beeldende kunst. Dit is de tweede keer dat Zahra aan deze opleiding begonnen is. Een jaar geleden kon ze zich, door haar problemen, niet genoeg concentreren en is ze gestopt. Nu gaat het wel heel goed: ze heeft al een groot gedeelte van haar studiepunten binnen.

Het onderstaande fragment komt uit het dagboek van Zahra.

3 maart 2006
Je komt als vreemdeling in Nederland en alles is onzeker, je weet niet wat er over een half uur met je gebeurt. Je hebt je verleden achter je gelaten, je hebt de hel waar je vandaan komt achter je gelaten en het enige dat je zoekt is rust en vrede. Je komt in een land waar mensen wonen die je in eerste instantie vreemd vindt: ze hebben een ander uiterlijk, een andere taal en heel andere gewoonten. Je wil je leven op poten zetten, je wil leven zoals anderen doen maar dat mag je niet. Je wordt afgewezen en niet toegelaten. Je bent boos en machteloos maar je kunt niets veranderen. Opeens besef je je dat je in dezelfde hel bent beland als waar je vandaan komt. Je hebt de verkeerde keuze gemaakt, heb ik wel een keuze gehad? Is er een andere manier geweest?

Ik wil mij ontwikkelen. Mag ik de kans hebben om iets op te kunnen bouwen? Je voelt dat je zwakker wordt. Je weet niet hoe lang je moet wachten op zekerheid. Steeds opnieuw wordt je afgewezen. Maar ze krijgen je niet klein: je hebt geleerd wat geduldig zijn is, je hebt geleerd om met de dag te leven, je hebt geleerd om kansen te grijpen en je hebt geleerd om jezelf te blijven.

Zahranaar boven


Vera
Vera, geboren in de Oekraïne, is 67 jaar, en van joodse afkomst. Ze heeft 2 dochters waarmee geen contact meer is, waarschijnlijk verblijven ze in Rusland. Verder heeft zij geen familie in Nederland noch in de Oekraïne.

Vluchtverhaal:
Vernedering, vervolging, mishandeling lopen als een rode draad door haar leven. Ze maakte verschrikkelijke dingen mee. Tijdens de tweede wereldoorlog was ze er als klein meisje getuige van hoe haar moeder in het concentratiekamp door de bewakers blind werd geslagen.
Na de oorlog ging het anit -semitisme in de Oekraïne onverminderd door. Op school werd ze voortdurend vernederd, uitgescholden, afgeranseld. In haar huwelijk werd ze door haar niet-joodse man mishandeld. Ook door anderen werd ze meerdere keren zo toegetakeld, dat ze met een gebroken hand, een hersenschudding en andere verwondingen in het ziekenhuis belandde. Haar kinderen ontvluchtten het land.
Vera stond er alleen voor en probeerde met een kraampje op de markt aan de kost te komen. De situatie escaleerde, toen ze bedreigd werd door de mensen waar ze op de markt handel mee dreef. Zij vonden dat haar zaken te goed gingen. Haar neef en compagnon op de markt werd vermoord.
Vera is 10 jaar geleden met hulp van ziekenhuispersoneel naar Nederland gevlucht, toen zij zich daar na de zoveelste mishandeling voor de vijfde keer meldde. Er werd haar geadviseerd te vluchten, omdat men bang was dat zij de voortdurende mishandelingen niet zou overleven.

Huidige situatie:
Eenmaal in Nederland begon Vera aan een lange weg van procedures, uiteindelijk resulterend in steeds weer een negatieve beslissing.
Vera woont nu 10 jaar in Nederland. Op verschillende verblijfsverzoeken is steeds een negatieve beschikking gekomen. Ook een procedure om humanitaire redenen gestart in 1998, werd uiteindelijk negatief beoordeeld. Op 2 januari 2005 heeft Vera een terugkeergesprek gehad, waarin werd aangekondigd dat de voorzieningen gestopt zouden worden. Ze kreeg bericht dat ze zich moest melden in het terugkeercentrum, en doodsbang dook ze onder.

Vera is nog steeds in Nederland. Zij woont in een zomerhuisje en krijgt steun van mensen om haar heen en van stichting Gast. Momenteel loopt er een verzoek voor verblijf wegens schrijnendheid. Ze mag in Nederland wachten op de uitspraak.
Vera is er slecht aan toe, zowel fysiek als psychisch. Ze is afhankelijk van medicijnen voor haar schildklier die niet goed meer werkt, ten gevolge van de ramp in Tsjernobyl. Ze woonde daar 30 km vandaan tijdens de ramp. Ze is onder behandeling geweest van Centrum ’40 – ‘45, vanwege haar ernstige oorlogstrauma’s. Maar behandeling bleek niet mogelijk en is gestopt.

Vera zal terugkeer naar de Oekraïne naar alle waarschijnlijkheid niet overleven. Ze is doodsbang, ze heeft er niets en niemand. Ze zal er opnieuw geconfronteerd worden met discriminatie vanwege haar joods zijn en daar is ze niet meer tegen opgewassen.

Voor Vera is de oorlog nooit afgelopen. “Ik mag er niet zijn” was haar antwoord op mijn vraag, hoe ze zich in Nederland voelt. “Ik voel me hier hetzelfde als in de Oekraïne. Ik ben bang. Ze willen me niet, er is nergens een plek voor me, ik mag nergens zijn. Ze willen me dood.”
In haar eigen land Oekraïne kon zij niet blijven vanwege haar joods zijn. Ook in Nederland is zij niet welkom. Zij wacht op wat gaat komen.naar boven


aftellentothetpardon.nl   |info@aftellentothetpardon.nl   |   contact